Kunst oefenen op het vwo

In het kort. Kunst op het vwo gaat over hofcultuur: absolutisme en Versailles; impressionisme en de moderne stad; het moderne verdiept: vorm, functie en utopie. Schoolschrift dekt dat met 12 leerdoelen in 4 hoofdstukken en 74 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij kunst op het vwo?

  • Hofcultuur: absolutisme en Versailles

    Cultuur van de kerk en van het hof · vwo
    • Versailles als machtsmachine — Ik kan uitleggen hoe Versailles is ontworpen om de macht van de koning te tonen.
    • Barok in dienst van het hof — Ik kan barokke vormentaal verbinden met de behoefte van vorst en kerk om te overtuigen.
    • Kritiek op de hofcultuur — Ik kan uitleggen hoe er in en na de achttiende eeuw kritiek kwam op de hofcultuur.
  • Impressionisme en de moderne stad

    Burgerlijke cultuur en de negentiende eeuw · vwo
    • Het impressionisme — Ik kan uitleggen wat impressionisten anders deden dan hun voorgangers.
    • De moderne stad als onderwerp — Ik kan uitleggen hoe de negentiende-eeuwse stad de kunst veranderde.
    • Na het impressionisme — Ik kan uitleggen hoe kunstenaars na het impressionisme verder gingen.
  • Het moderne verdiept: vorm, functie en utopie

    Het moderne en de massacultuur · vwo
    • Vorm volgt functie — Ik kan uitleggen hoe modernisten kunst, ontwerp en samenleving wilden verbinden.
    • Kunst met een maatschappelijk programma — Ik kan uitleggen hoe kunstenaars kunst inzetten om de samenleving te veranderen.
    • Wie bepaalt wat kunst is? — Ik kan uitleggen hoe musea, critici en de markt bepalen wat als kunst geldt.
  • Kunst nu: markt, media en publieke ruimte

    Het moderne en de massacultuur · vwo
    • Hedendaagse kunstvormen — Ik kan hedendaagse kunstvormen herkennen en beschrijven.
    • Kunst in de openbare ruimte — Ik kan uitleggen waarom kunst in de openbare ruimte vaak discussie oproept.
    • Markt, auteursrecht en digitaal — Ik kan uitleggen hoe kunst wordt verhandeld en beschermd in het digitale tijdperk.

Zes opgaven uit kunst op het vwo

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 68. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Wat is het effect van de strikt symmetrische aanleg van tuin en paleis in Versailles?

    • Het bespaarde onderhoud
    • De hele omgeving lijkt geordend rond één middelpunt: de koning
    • Het hield de wind tegen
    • Het volgde het landschap
    Antwoord

    De hele omgeving lijkt geordend rond één middelpunt: de koning — De Franse tuin dwingt de natuur in rechte lijnen. De boodschap is dat zelfs de natuur zich naar de vorst voegt.

  2. Welke uitvinding maakte het schilderen in de buitenlucht praktisch mogelijk?

    • De fotocamera
    • Verf in tinnen tubes
    • De trein
    • Het schildersezel
    Antwoord

    Verf in tinnen tubes — Verf in tubes bleef bruikbaar en draagbaar. Daarmee kon het atelier mee naar de rivier.

  3. Wat was het doel van het Bauhaus?

    • Alleen schilders opleiden
    • Kunst, ambacht en industrie samenbrengen in ontwerp voor iedereen
    • Oude stijlen herstellen
    • Alleen architectuur
    Antwoord

    Kunst, ambacht en industrie samenbrengen in ontwerp voor iedereen — Een stoel, een lamp en een gebouw zijn daar even serieus als een schilderij: goed ontwerp als sociale opdracht.

  4. Wat is kenmerkend voor een installatie ten opzichte van een schilderij?

    • Ze is altijd groter
    • De kijker bevindt zich er middenin en beweegt erdoorheen
    • Ze is altijd tijdelijk
    • Ze heeft geen betekenis
    Antwoord

    De kijker bevindt zich er middenin en beweegt erdoorheen — Je kijkt niet naar een venster aan de muur, je bent onderdeel van het werk geworden.

  5. Lodewijk XIV liet de adel bewust aan het hof wonen om hen onder controle te houden. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Waar — Wie in Versailles om gunsten wedijverde, smeedde geen complotten op zijn eigen landgoed.

  6. Impressionisten mengden hun kleuren vooral op het doek in plaats van op het palet. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Waar — Losse toetsen naast elkaar mengen in het oog van de kijker. Van dichtbij zie je verf, van veraf licht.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met kunst

Kunst in andere leerjaren