Hoe het leerpad voor de middelbare school is ingericht

In het kort. Middelbare school — vmbo, havo en vwo. Hieronder staat waar de indeling op steunt, welke keuzes van ons zijn en wat er nog niet af is.

De schoolsoort bepaalt het doel, niet de hoeveelheid

Wat vastligt is het referentieniveau aan het eind: 2F voor het vmbo, 3F voor de havo, 4F voor het vwo. Daar is het pad op ingericht. Een vmbo-leerling in leerjaar 4 werkt dus aan 2F en krijgt dat als examendoel; een vwo-leerling in leerjaar 6 heeft 2F en 3F achter zich en werkt aan 4F.

Dat leek lang goed te gaan en was toch fout. Elk hoofdstuk droeg een leerjaarlabel dat uit zijn niveauband was afgeleid — 2F = leerjaar 1, 3F = leerjaar 2 en 3 — alsof iedereen op dezelfde tijdlijn zat. Voor het vmbo klopt die niet, want daar ís 2F het examenniveau van leerjaar 4. Al het 2F-materiaal heette daardoor "leerjaar 1". Het leerjaar wordt nu per schoolsoort uitgerekend: de examenband loopt altijd door tot het laatste leerjaar, en wat daaronder ligt wordt gelijk over de eerdere jaren verdeeld. Dat laatste is onze keuze, want daarvoor bestaat geen norm.

Het vakkenpakket volgt het stelsel

De onderbouw heeft een eigen breed pakket. Bedrijfseconomie, NLT, maatschappijwetenschappen en filosofie bestaan pas vanaf de profielkeuze — vmbo vanaf leerjaar 3, havo en vwo vanaf leerjaar 4. Wiskunde is gesplitst in A, B, C en D, maar alleen in de leerjaren en schoolsoorten waar die varianten bestaan. En de vaknaam volgt de schoolsoort: nask1 en nask2 op het vmbo, natuurkunde en scheikunde daarboven.

Wat er níét in zit: lichamelijke opvoeding, het beroepsgerichte profielvak en ckv. Die bestaan op school wel degelijk, maar je leert ze niet achter een scherm. Een vak aanbieden waar niets in zit is erger dan het weglaten.

Wat er nog niet af is

De app vraagt welke leerweg je doet — basis, kader, gemengd of theoretisch. In de leerlijn schelen die vier bijna niets: basis en kader zijn gelijk, en gemengd en theoretisch verschillen op precies één hoofdstuk (de analyse-eenheid die alleen in hun centraal examen maatschappijkunde zit). De vraag is dus zwaarder dan het verschil dat hij maakt, en hoort naar achteren — naar het moment waarop je dat vak kiest.

Instappen halverwege

Wie in leerjaar 4 begint, hoeft niet eerst drie jaar onderbouw door te ploegen. Stof onder het instapniveau staat als overgeslagen op het pad — gestippelde rand, met "dit heb je volgens je instaptoets al gehad" erboven. Je mág erin, je hoeft niet. En wie een hoofdstuk al kent, doet de overslaantoets; wie er vijf kent, springt met één toets over alle vijf heen.

Wat voor elke route hetzelfde is

Eén hoofdstuk tegelijk: het volgende gaat open als je de hoofdstuktoets met minstens 80% afsluit. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen stof die al langs is gekomen. Fouten kosten energie en die loopt vanzelf weer vol — er is geen knop om levens te kopen, en de app vraagt nooit om door te gaan.

Beginnen