Maatschappijkunde oefenen op het vmbo
In het kort. Maatschappijkunde op het vmbo gaat over wat is een maatschappelijk vraagstuk?, de vier benaderingswijzen, democratie en rechtsstaat. Schoolschrift dekt dat met 48 leerdoelen in 16 hoofdstukken en 311 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij maatschappijkunde op het vmbo?
Wat is een maatschappelijk vraagstuk?
Leervaardigheden · vmbo- De vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk — Ik kan uitleggen wanneer een probleem een maatschappelijk vraagstuk is.
- Feit of mening — Ik kan in een tekst het verschil zien tussen een feit en een mening.
- Een bron beoordelen — Ik kan beoordelen of een bron betrouwbaar is.
De vier benaderingswijzen
Leervaardigheden · vmbo- De vier benaderingswijzen herkennen — Ik kan de vier benaderingswijzen herkennen en benoemen.
- Een vraagstuk van meer kanten bekijken — Ik kan één vraagstuk vanuit meerdere benaderingswijzen bekijken.
- Standpunt, argument en weerlegging — Ik kan een standpunt innemen en dat onderbouwen met een argument.
Democratie en rechtsstaat
Politiek en beleid · vmbo- Parlementaire democratie en constitutionele monarchie — Ik kan uitleggen wat het betekent dat Nederland een parlementaire democratie en een constitutionele monarchie is.
- De trias politica en de drie machten — Ik kan de drie machten van de trias politica noemen en zeggen wie ze uitoefent.
- Grondrechten en de rechtsstaat — Ik kan grondrechten herkennen en uitleggen waarom ook de overheid zich aan de wet moet houden.
Verkiezingen en het kabinet
Politiek en beleid · vmbo- Evenredige vertegenwoordiging en kiesrecht — Ik kan uitleggen hoe de zetels in Nederland worden verdeeld en wie er mag stemmen en gekozen worden.
- Van verkiezingsuitslag naar kabinet — Ik kan de stappen van de kabinetsformatie op volgorde zetten en coalitie en oppositie uit elkaar houden.
- Ministeriële verantwoordelijkheid en de koning — Ik kan uitleggen waarom ministers verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer en welke rol de koning heeft.
Hoe beleid wordt gemaakt
Politiek en beleid · vmbo- De vier fasen van politieke besluitvorming — Ik kan de vier fasen van politieke besluitvorming noemen en ze herkennen in een voorbeeld.
- Hoe burgers invloed uitoefenen — Ik kan manieren noemen waarop burgers invloed uitoefenen op de politiek en uitleggen wat een pressiegroep doet.
- Rijk, provincie en gemeente — Ik kan zeggen welk bestuur waarover gaat en wie je in elke bestuurslaag kiest.
Stromingen en Europa
Politiek en beleid · vmbo- Politieke stromingen op hoofdlijnen — Ik kan de belangrijkste politieke stromingen herkennen aan waar zij de nadruk op leggen.
- Links, rechts, progressief en conservatief — Ik kan uitleggen wat links en rechts betekenen en wat progressief en conservatief betekenen.
- De Europese Unie — Ik kan uitleggen waarom de Europese samenwerking ontstond, wat de EU doet en wat dat voor Nederlanders betekent.
Wat is criminaliteit?
Criminaliteit en rechtsstaat · vmbo- Waarden, normen en rechtsregels — Ik kan uitleggen wat waarden en normen zijn en welke regels wel en niet in de wet staan.
- Overtreding of misdrijf — Ik kan het verschil tussen een overtreding en een misdrijf uitleggen en voorbeelden van veelvoorkomende criminaliteit geven.
- Criminaliteit meten — Ik kan uitleggen waarom criminaliteit een relatief begrip is en hoe je criminaliteit meet.
De rechtsstaat
Criminaliteit en rechtsstaat · vmbo- De kenmerken van een rechtsstaat — Ik kan uitleggen wat een rechtsstaat is en welke kenmerken daarbij horen.
- Rechtshandhaving en rechtsbescherming — Ik kan uitleggen dat de rechtsstaat criminaliteit bestrijdt en tegelijk burgers tegen de overheid beschermt.
- Het jeugdstrafrecht — Ik kan uitleggen hoe jongeren anders gestraft worden dan volwassenen.
Van aangifte tot vonnis
Criminaliteit en rechtsstaat · vmbo- Politie, officier van justitie en rechter — Ik kan uitleggen wie wat doet in een strafzaak en welke rechten een verdachte heeft.
- Wat de officier met een zaak kan doen — Ik kan uitleggen wat seponeren, een strafbeschikking, een transactie en dagvaarden betekenen.
- De zitting, hoger beroep en het slachtoffer — Ik kan uitleggen wie er op de zitting zijn, welke rechter een zaak behandelt en wat er na het vonnis nog kan.
Straffen en voorkomen
Criminaliteit en rechtsstaat · vmbo- Waarom we straffen — Ik kan de doelen van straffen noemen en in een voorbeeld herkennen.
- Straffen en maatregelen — Ik kan hoofdstraffen, bijkomende straffen en maatregelen uit elkaar houden.
- Oorzaken en preventie — Ik kan oorzaken van crimineel gedrag noemen en het verschil tussen preventief en repressief beleid uitleggen.
Werk en inkomen
Mens en werk · vmbo- Waarom mensen werken — Ik kan uitleggen wat werk voor mensen betekent en wat het verschil is tussen betaald en onbetaald werk.
- Beroepsbevolking en arbeidsmarkt — Ik kan uitleggen wie er tot de beroepsbevolking horen en hoe vraag en aanbod op de arbeidsmarkt werken.
- Loon en soort contract — Ik kan uitleggen wat er van mijn brutoloon af gaat en wat het verschil is tussen een vast contract, een tijdelijk contract, uitzendwerk en zzp.
Rechten op het werk
Mens en werk · vmbo- Contract, cao en vakbond — Ik kan uitleggen wat er in een arbeidsovereenkomst en in een cao staat en wie die afspraken maken.
- Veilig werken en regels voor jongeren — Ik kan uitleggen wie zorgt voor veilig werk en welke extra regels er gelden voor jongeren die werken.
- Sociale zekerheid — Ik kan het verschil uitleggen tussen een sociale verzekering en een sociale voorziening, en noemen welke regeling bij welke situatie hoort.
Cultuur en socialisatie
De multiculturele samenleving · vmbo- Wat cultuur is — Ik kan uitleggen wat cultuur is en voorbeelden geven van waarden, normen, gewoonten en symbolen.
- Socialisatie en instituties — Ik kan uitleggen wat socialisatie is en welke instituties je de cultuur van een groep leren.
- Veel culturen in één land — Ik kan het verschil uitleggen tussen de dominante cultuur, een subcultuur en een tegencultuur, en noemen hoe Nederland een multiculturele samenleving werd.
Samenleven
De multiculturele samenleving · vmbo- Vooroordeel, stereotype en discriminatie — Ik kan het verschil uitleggen tussen een stereotype, een vooroordeel en discriminatie.
- Artikel 1 en botsende grondrechten — Ik kan uitleggen wat artikel 1 van de Grondwet zegt en wat er gebeurt als grondrechten botsen.
- Omgaan met verschillen — Ik kan uitleggen wat integratie, assimilatie en segregatie betekenen en hoe mensen met verschillen omgaan.
Wat media doen
Massamedia · vmbo- Wat massamedia zijn — Ik kan uitleggen wat massamedia zijn en waarin ze verschillen van persoonlijke communicatie.
- Waarvoor media er zijn — Ik kan de functies van massamedia herkennen in een voorbeeld en met eigen woorden uitleggen.
- Persvrijheid en wie de media betaalt — Ik kan uitleggen wat persvrijheid is, waarom die bij een democratie hoort, en hoe publieke en commerciële media aan hun geld komen.
Nieuws beoordelen
Massamedia · vmbo- Hoe nieuws gemaakt wordt — Ik kan uitleggen hoe een redactie nieuws kiest en waarom niet elke gebeurtenis het nieuws haalt.
- Kleuring en soorten berichten — Ik kan zien hoe woorden en beelden een onderwerp kleuren, en ik kan een nieuwsbericht, een mening en betaalde inhoud uit elkaar houden.
- Nepnieuws en je tijdlijn — Ik kan nepnieuws en desinformatie herkennen en uitleggen hoe een algoritme bepaalt wat ik te zien krijg.
Zes opgaven uit maatschappijkunde op het vmbo
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 305. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Welk kenmerk hoort NIET bij een maatschappelijk vraagstuk?
- Veel mensen vinden de situatie ongewenst
- Mensen denken verschillend over de oplossing
- Iedereen is het eens over de oplossing
- Er is een oplossing van de overheid of de samenleving nodig
Antwoord
Iedereen is het eens over de oplossing — Juist het verschil van mening over de oplossing is een kenmerk. Als iedereen het eens is, is er geen discussie meer en dus geen vraagstuk.
-
Bij welke benaderingswijze hoort de vraag: 'Welke wet is er nodig om dit te regelen?'
- sociaal-cultureel
- politiek-juridisch
- sociaaleconomisch
- veranderings- en vergelijkend
Antwoord
politiek-juridisch — Wetten en het optreden van de overheid horen bij de politiek-juridische benaderingswijze. Bij sociaal-cultureel gaat het over wat mensen vinden en gewoon vinden, niet over regels.
-
Wat betekent het dat Nederland een indirecte democratie is?
- Iedereen stemt zelf over elke wet
- Je kiest vertegenwoordigers die namens jou beslissen
- De koning beslist namens het volk
- Alleen ministers mogen stemmen
Antwoord
Je kiest vertegenwoordigers die namens jou beslissen — Indirect betekent dat je het niet zelf doet maar via gekozen vertegenwoordigers, zoals de Tweede Kamer. Zelf over elke wet stemmen is directe democratie, en dat gebeurt in Nederland niet.
-
Wat betekent evenredige vertegenwoordiging?
- Elke partij krijgt evenveel zetels
- Een partij krijgt een deel van de zetels dat past bij haar deel van de stemmen
- Alleen de grootste partij krijgt zetels
- De koning verdeelt de zetels over de partijen
Antwoord
Een partij krijgt een deel van de zetels dat past bij haar deel van de stemmen — Evenredig betekent: in verhouding tot het aantal stemmen. Evenveel zetels voor iedereen zou juist niet evenredig zijn, want dan telt het aantal stemmen niet mee.
-
Wat is de rol van ambtenaren bij politieke besluitvorming?
- Zij nemen de politieke besluiten
- Zij bereiden beleid voor en voeren het uit, maar beslissen niet zelf
- Zij worden door de burgers rechtstreeks gekozen
- Zij spreken recht over het beleid
Antwoord
Zij bereiden beleid voor en voeren het uit, maar beslissen niet zelf — Ambtenaren leveren kennis en voeren uit; de gekozen politici en de ministers nemen het besluit en zijn er verantwoordelijk voor. Ambtenaren worden benoemd, niet gekozen.
-
Verschillende partijen die op dezelfde manier denken over hoe de samenleving eruit moet zien, horen bij dezelfde politieke ___ .
Antwoord
stroming — Een stroming is een denkrichting, geen organisatie. Een partij is wel een organisatie, met leden, een programma en kandidaten.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.